De kunst van korfbal

Het doel van korfbal is om de bal maar op één plek te krijgen. En dat is vanzelfsprekend in de korf. Om dat voor elkaar te krijgen moet je vrij zijn van je verdediger.

Dat betekent dat je zal moeten bewegen. En dan bij voorkeur in de vrije ruimte zodat je medespelers de bal daarheen kunnen gooien. De snelheid waarmee je loopt en het in de luren leggen van je tegenstander bepaalt of je vrij komt. En samen met de snelheid waarmee je de bal aangespeeld krijgt, bepalen voor een groot deel hoeveel tijd je hebt om de bal naar een medespeler of op de korf te gooien. Explosiviteit, wendbaarheid en timing zijn van groot belang.

De kunst van korfbal is om de bal op de juiste plaats op het juiste tijdstip te krijgen. En dan is het verder alleen nog maar vaardigheid in gooien.

Dat vergt gewoon veel oefening. Aan de ene kant moet je je vaardigheid in gooien (bovenhands en onderhands) automatiseren zodat je in de wedstrijd zelf niet na hoeft te denken. Daarnaast moet je van je medespelers eigenlijk van tevoren al weten wat ze gaan doen. Dat vergt in zekere mate een bepaalde voorspelbaarheid, maar tegelijkertijd wil je ook niet dat de tegenstander de voorspelbaarheid door krijgt. Want dan is het makkelijk verdedigen.

Het nadeel van korfbal en tegelijkertijd de grootste uitdaging is dat je maar met vier personen in één vak speelt. Én dan ook nog eens in een (steeds) klein(er wordend) vak. Als één speler verzaakt, betekent dat gelijk een schietkans voor de tegenstander. Het collectief, het voor elkaar willen werken, is bij korfbal mijn inziens dan ook zoveel belangrijker dan bijvoorbeeld bij voetbal.

De uitdaging bij de C2 ligt in dat de vaardigheden en gedrevenheid van de spelers zoveel uiteen lopen. Wat wij als trainers proberen, is om bepaalde lijnen in het spel van de C2 te krijgen. Dit om de spelers te helpen bij het voorspelbaar zijn van hun medespelers, zodat ze sneller op elkaar kunnen reageren en daarmee de tegenstander sneller kunnen verrassen. Want met stil staan zal je bij korfbal nooit winnen.

Afgelopen zaterdag in de wedstrijd tegen Danaïden zag je al dat onze “jonge honden” meer lijn kregen in het spel en daarmee ook veel meer kansen. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we het zeer hadden getroffen met de invallers (een geluk bij een ongeluk met zoveel (half en heel) zieken). Maar ook zeer zeker een pluim voor onze eigen spelers.

Lotta scoorde de 1-0 met een doorloopbal. En vervolgens kon Rinske haar specialiteit bij de D1 van vorig jaar weer eens tentoonstellen: de afvallende bal veroveren en dan de bal droog in de korf schieten. En de 2-0 was een feit.

Voor mij was het goed om te zien dat de kinderen die normaliter niet zo gretig zijn om de bal op de korf te schieten – na er tijdens de training op blijven hameren – wel gewoon hun kans pakken. En nog leuker is het dan als ze nog scoren ook: 3-0 door Nathalie. Carlijn B. maakte de 4-0 door een mooie omdraai beweging naar de rug van haar heertje, gevolgd door een mooi schot.

Toen Lotta een strafworp mee kreeg, was het voor mij al duidelijk dat de 5-0 een feit was, en ze stelde me niet teleur. Zo zie je maar weer dat veel oefenen tijdens de training zijn vruchten afwerpt. Jammer dat ze niet een tweede strafworp mocht nemen, want dan had ze hem met haar ogen dicht gemaakt. Uiteindelijk maakte Lotta nog de 6-0 met een afstandsschot en de eerste overwinning voor de C2 van dit seizoen was een feit.

Natuurlijk zijn we nog niet helemaal waar we willen zijn. Je ziet dat na de eerste helft vermoeidheid een belangrijke rol gaat spelen en dat we dan kansen weg gaan geven die eigenlijk overbodig zijn. En dat het zelf moeilijker wordt om kansen te maken. Als daardoor de tegenstander weer in zijn spel komt, zoals in de vorige wedstrijd tegen Pernix, dan kan je ook zomaar verliezen.

Maar deze overwinning nemen ze onze jonge honden niet meer af! Een mooi begin om verder op te bouwen.